Koopkracht

De ontwikkeling van de koopkracht per jaar geeft aan in welke mate het besteedbaar inkomen, gecorrigeerd voor prijswijzigingen, toe- of afneemt. Oftewel kunnen consumenten meer of minder besteden op basis van hun inkomen. De koopkracht wordt jaarlijks berekend door het CPB en het CBS. De koopkracht wordt op twee manieren berekend, te weten statisch en dynamisch.

De dynamische koopkrachtontwikkeling geeft de verandering in koopkracht weer zoals personen die in werkelijkheid ondervonden hebben. Inkomen verandert niet alleen door een algemene loonsverhoging maar ook door wijzigingen in de persoonlijke omstandigheden zoals promotie, het aanvaarden van (ander) werk, pensionering of een verandering in de samenstelling van het huishouden. De statische koopkrachtverandering geeft daarentegen de koopkrachtontwikkeling weer bij gelijkblijvende persoonlijke omstandigheden. Deze laatste wordt vaak in de politiek gebruikt om het effect van overheidsmaatregelen op de koopkracht in beeld te brengen.

Na jarenlange verbeteringen is er tussen 2009 en 2014 sprake geweest van een koopkrachtdaling. Dat wil zeggen dat consumenten in deze jaren ten opzichte van het voorgaande jaar telkens minder te besteden hadden. Dit heeft ook effect gehad op omzet in de detailhandel. Voor 2014 zagen we een licht herstel. In 2015 heeft dit herstel zich voorzichtig voortgezet en verbeterde de koopkracht met ongeveer 0,5%.