Begrippenlijst

Omzet x € 1 mln. excl. BTW

In de detailhandel wordt de omzet gerealiseerd wanneer deze wordt ontvangen (per bank of kas). Sommige branches zijn hierop een uitzondering. In de woninginrichting bijvoorbeeld wordt onder omzet de ‘geschreven’ omzet opgenomen. Dat betekent dat de omzet als gerealiseerd wordt beschouwd op het moment dat de order van de klant wordt ontvangen.

Aantal fte’s werkzaam
Fte’s zijn medewerkers omgerekend naar fulltime equivalenten. Niet inbegrepen zijn ondernemers en meewerkende gezinsleden indien zij niet op de loonlijst staan en bijvoorbeeld uitzendkrachten.

Aantal bedrijven
Voor zover bekend wordt bij het aantal bedrijven in een branche uitgegaan van het aantal actieve ondernemingen dat door het CBS wordt gepubliceerd.

Aantal winkels
Met winkel wordt hier een fysiek verkooppunt bedoeld.

Winkelvloeroppervlakte totaal x 1.000 m²
Winkelvloeroppervlakte (WVO) in aantal vierkante meters omvat de voor het publiek zichtbare en toegankelijke vloeroppervlakte in een winkel.

Omzetontwikkeling t.o.v. vorig jaar in %
Procentuele mutatie van de gerealiseerde omzet ten opzichte van dezelfde periode in voorgaand jaar.

Bestedingen x € 1 mln.
Bestedingen zijn uitgaven van Nederlandse huishoudens, aan goederen en diensten (consumentenbestedingen worden altijd inclusief BTW weergegeven).

Bestedingen per huishouden x € 1
De totale bestedingen (inclusief BTW) gedeeld door het totale aantal huishoudens. Het betreft particuliere huishoudens, dat wil zeggen: één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften. Niet meegenomen zijn de institutionele huishoudens (zoals verpleeg- verzorgings- en kindertehuizen).

Bestedingen per hoofd x €1
De totale bestedingen (inclusief BTW) gedeeld door het totale aantal inwoners van Nederland.

Omzet per winkel x € 1.000
Totale omzet in de branche gedeeld door het aantal winkels in de branche.

Omzet per m² WVO
Totale omzet in de branche gedeeld door het totale aantal m² winkelvloeroppervlakte in de branche.

Omzet per FTE
Totale omzet in de branche gedeeld door het aantal werkzame Fte’s in de branche. Fte’s zijn medewerkers omgerekend naar fulltime equivalenten. Niet inbegrepen zijn ondernemers en meewerkende gezinsleden indien zij niet op de loonlijst staan en bijvoorbeeld uitzendkrachten.

Omzet per werkzame persoon
Totale omzet in de branche gedeeld door het aantal werkzame personen in de branche. Werkzame personen zijn alle mensen die betaald werk verrichten, ook al is het maar één of enkele uren per week. Hierbij worden dus ondernemers en meewerkende gezinsleden, die niet op de loonlijst staan, wel meegeteld.

Begrippen / definities resultatenrekening

Omzet
Omzet is de term voor datgene wat er werkelijk verkocht is door een bedrijf in een bepaald tijdvak (netto omzet, dus na aftrek van kortingen). Het betreft het aantal verkopen (afzet) vermenigvuldigd met de consumentenprijs. De hier opgenomen omzet is exclusief BTW. In de detailhandel wordt de omzet gerealiseerd wanneer deze wordt ontvangen (per bank of kas). Sommige branches zijn hierop een uitzondering. In de woninginrichting bijvoorbeeld wordt onder omzet de ‘geschreven’ omzet opgenomen. Dat betekent dat de omzet als gerealiseerd wordt beschouwd op het moment dat de order van de klant wordt ontvangen.

Inkoopwaarde
Inkoopwaarde van de verkochte producten, hier dus de afzet vermenigvuldigd met de inkoopprijs exclusief inkoopkosten en BTW.

Brutowinst
Het verschil tussen de afzet tegen verkoopprijs en de afzet tegen inkoopprijs (omzet -/- inkoopwaarde).

Personeelskosten
De personeelskosten bestaan uit:

  1. loonkosten (salarissen, vakantiegeld, winstuitkeringen en provisies)
  2. loonkosten (pensioen, reis- en onkostenvergoedingen, vervoer- en opleidingskosten)
  3. werkgeverspremies voor sociale verzekeringswetten en bijdragen aan collectieve verzekeringen.

De personeelskosten worden onder andere beïnvloed door de rechtsvorm: een BV of NV rekent het ondernemersloon tot de personeelskosten, terwijl bij een eenmanszaak en een V.o.f. het ondernemersloon nog betaald moet worden vanuit het bedrijfsresultaat.

Huisvestingskosten
Huur- en beheerskosten van bedrijfspanden, inclusief energie, verzekering en belasting. De huisvestingskosten zijn afhankelijk van de eigendomsverhouding: een eigen pand heeft veelal andere kosten dan een gehuurd pand.

Overige bedrijfskosten
Alle overige kosten die niet verder zijn uitgesplitst.

Totale bedrijfskosten
Som van alle bedragen die op de brutowinst in mindering moeten worden gebracht om het bedrijfsresultaat te berekenen.

Bedrijfsresultaat
Brutowinst -/- totale bedrijfskosten.

Begrippen / definities winkelgebieden

Hoofdwinkelcentra
Een hoofdwinkelcentrum is het grootste winkelgebied, met de hoogste verzorgingsgraad in de woonplaats.

Ondersteunende winkelcentra
Naast één centraal winkelgebied kunnen in een plaats een of meerdere ondersteunende winkelcentra worden onderscheiden. Hieronder worden gerekend: winkels in buurt- en wijkwinkelcentra en binnenstedelijke winkelstraten.

Verspreide winkels
Alle verkooppunten die buiten een van de andere genoemde winkelgebieden vallen, worden tot de verspreide winkels gerekend.

Grootschalige concentraties
Concentratie van 5 of meer verkooppunten in de detailhandel met een gemiddelde WVO per winkel van minimaal 500 m² (bijvoorbeeld op woonboulevards). Het aanbod moet minimaal voor 50% doelgericht zijn. Dit betekent dat minimaal de helft van het WVO van het betreffende winkelgebied zich bijvoorbeeld richt op de branches "dier en plant", "bruin- en witgoed", "fietsen- en autoaccessoires", "doe-het-zelf" of "wonen".

Begrippen / definities samenwerkingsvormen

GWB
Grootwinkelbedrijf. Detailhandelsbedrijven die tot het grootwinkelbedrijf (GWB) worden gerekend, hebben 100 of meer werknemers. Ook detailhandelsbedrijven met minimaal 7 of meer winkelfilialen behoren tot het grootwinkelbedrijf. Kenmerken grootwinkelbedrijf: centrale aansturing, centrale inkoop, inrichting is herkenbaar voor een winkelketen, communicatie/publiciteit wordt centraal verzorgd.

Franchise organisatie
Franchising is een vorm van commerciële samenwerking tussen twee zelfstandige partijen voor de distributie van goederen en/of diensten. Daarbij stelt de franchisegever aan de franchisenemer een complete, succesvolle ondernemingsformule ter beschikking. Er bestaat een efficiënte taakverdeling tussen franchisenemer en franchisegever. Beide partijen doen vooral datgene, waar zij sterk in zijn. Voor de franchisenemer zijn dat vooral de operationele taken, zoals de verkoop en de dagelijkse gang van zaken binnen de eigen onderneming. Voor de franchisegever ligt het accent op de marketing en de aansturing van de totale organisatie.

In- en verkooporganisatie / commerciële organisatie
In- en verkoop organisaties c.q. commerciële organisaties ondersteunen zelfstandige ondernemers bij het opzetten en organiseren van hun commerciële beleidsvoering. Van de inkoop tot de verkoop. Ondernemers kunnen lid worden van een organisatie. Meestal kan gebruik gemaakt worden van financiële faciliteiten zoals centraal betalen en garantstelling. Soms bieden dergelijke organisaties ook praktische samenwerkingsvormen zoals franchiseformules aan, waarbij assortiment, winkelinrichting en reclame gelijk zijn. Soms worden exclusieve producten onder private label aangeboden. Leden van een commerciële organisatie profiteren van inkoopvoordeel, regelmatige kennisuitwisseling en verkoopsamenwerking.

Dealerorganisatie
In deze vorm van samenwerking verkopen (zelfstandige) detaillisten producten van één of een zeer beperkt aantal fabrikanten. De opzet van de gehanteerde winkelformule is voor alle dealers gelijk en heeft grote gelijkenis met die van een filiaalbedrijf of een franchiseformule.